Brief aan Matthijs Rumke

– this post is only in dutch –

Lieve Matthijs,

terwijl ik je deze brief schrijf, zit ik in een kleine koffiebar in Rome. We zijn nu drie en een half land ver, Nederland, België, Polen en 1 dag Italië en ik dacht het is tijd dat ik je schrijf. Geen idee waar ik uitkom dus ik typ gewoon en zie dan.

Meer dan 2 jaar geleden spraken wij al over dit project, iets rond Jeroen Bosch maar niet letterlijk, iets met veel jonge kunstenaars, iets met inzicht in het nu en uitzicht op de toekomst. We draaiden lang op een goede manier rond de hete brij. Nu, twee jaar later, ben ik samen met een journalist, een filmcrew en een dramaturg in 30 dagen meer dan 20 mensen in 19 steden van 8 landen aan het spreken en ben jij ziek.

Dat raakt me, dat jij niet mee kan, meer nog dat ik niet eens weet of jij de voorstelling of de docu of WOLK gaat zien. Jij die mij hebt gewezen op het belang van de 16e eeuw en de visionairen die er toen opstonden. Dankzij jou weet ik dat Erasmus en More en Machiavelli 500 jaar geleden inzichten hadden in de wereld die nu nog steeds hyperrelevant zijn.
Erasmus die oproept tot de nood aan tegenstrijdigheid, de nood om steeds opnieuw af te vragen wat je ergens van vindt en wat je eigen visie is. More die het verdwijnen van de common grounds aanklaagt en laat zien hoe hypocriet de macht is en hoe privébezit tot steeds meer armoede en uitsluiting leidt.
Machiavelli die zegt dat Virtu en Fortuna de twee krachten voor een mens zijn. Virtu heb je zelf in de hand, dat is doorwerken en kritisch blijven en studeren en je beste ik proberen te zijn terwijl Fortuna niet in jouw macht ligt, het lot. Je moet te allen tijde Virtu tonen zegt Machiavelli, maar Fortuna kan je niet sturen. Ik noem hier slechts 3 dingen die mij opvielen in de heerlijke zee van ideeën en gedachten van die visionairen van toen. Ze streden tegen machtsmisbruik en ongelijkheid, ze analyseerden feilloos de mens als entiteit en de mens in die tijd en ze probeerden om te gaan met het feit dat lust voor macht en status nooit zal verdwijnen en dat je de wereld en niet kan redden en tegelijk nooit volledig naar de kloten kunt helpen.

Ik wil je danken lieve Matthijs voor het mij laten terugkijken in de tijd. Dit terugkijken geeft inderdaad een boel teugels en handvaten voor het nu. Ten eerste relativeert, en dit op een goede manier en niet op een onverschillige wijze, het feit dat die heren toen zich ergeren aan dezelfde dingen als wij nu, al heel veel van mijn eigen frustratie soms met het domme, inhalige en achterbakse van de mens, inclusief van mezelf.
Professor Trapman van de Erasmus Universiteit zei dat de mens in wezen niet zal veranderen, dat het kwade en inhalige nooit zal verdwijnen, dat er altijd meer mensen slecht dan goed zullen doen maar dat het onze plicht is om voor tegengewicht te zorgen om niet bang te zijn en elke stap die we kunnen zetten ook daadwerkelijk te zetten.
Er zijn drie soorten mensen zei Trapman: zij die kapot maken, zij die onverschillig en bang zijn en zij die beter willen maken. Bij deze indeling zet ik wel even de voetnoot dat elke mens sowieso alle drie in zich heeft maar het gaat hier over een dominant hoofd element. In de voorstelling ‘Wij Varkenland’  sprak ik over de baasbiggen die aan de voorste tepels mochten drinken, de standaardbiggetjes die aan de middelste tepels dronken en de speciaaltjes die de overige tepels vanachter kregen. Alle drie de soorten mens zullen altijd bestaan en ze houden elkaar in balans, ook al slaat die balans voortdurend door en hangt die meestal in het kapotmaken en bang zijn.

Ook al zou ik soms liever meer een bange, oogkleppendragende, ik geef enkel ommezelf en mijn kleine kringetje rond mij standaardbiggetje willen zijn (meer dan ik nu al ben). En heel soms zelfs meer een machtzuchtige, ik ga over lijken, fuck de wereld. Ik wil meer meer meer baasbig zijn, dat ben ik niet. Waarom? Geen idee. Opvoeding? Genen? Bepaalde films of kunst of boeken of vrienden die mij er toe aangezet hebben?
Het feit is dat naast mijn machtzuchtige, zelfverrijkende, egocentrische kant (die heb ik zeker ook) ik ook een ‘’ik wil iets veroorzaken in de wereld, ik wil iets creëren en liefst iets dat mensen raakt, dat ze dichter bij zichzelf en elkaar brengt’’ kant. Ik heb ergens een noodzaak mij niet neer te leggen bij de ongelijkheid en eenzaamheid en oneerlijkheid van de wereld ook al weet ik heel goed dat die nooit weg zal gaan en dat deze kant mij niet ‘’beter’’ of ‘’meer goed’’ maakt dan een ander. Het is gewoon een onderdeel van mij.

Ook de vorm waarin ik dit doe heb ik niet zelf gekozen. Ik kijk enorm op naar de activisten die we spreken op onze tocht maar ik ben geen activist, ik ben een kunstenaar of zelfs dat niet, ik ben een creator. Ook dat nog, een eigen woord. Waarom? Geen idee. Dat ben ik blijkbaar. Ik loop zelden mee in een demonstratie. Te lui? Te verwend? Te onverschillig? Nee. Ik ben niet zo. Ik volg mijn Virtu, werk keihard en probeer (zelf)kritisch te blijven te alle tijden en tegelijk open te staan voor wat op mijn pad komt en dan zie ik wel wat Fortuna ermee doet. Elk project is een reactie op een noodzaak, een gevoel, een startschot waarna ik ga en niet weet waar ik uitkom. Maakt mij dit een beter mens? Nee, het heeft niets te maken met de goede vs de slechte het heeft te maken met of je vooruit, achteruit en staan wil blijven.

Ik ben dus blijkbaar iemand met een noodzaak en daar leg ik me bij neer, meer nog ik volg deze noodzaak zo intens en gedisciplineerd en kwetsbaar als ik kan. En ik faal soms omdat die andere biggetjes ook in mij zitten, maar ik doe mijn best alleen en verbonden. Dat is het mooie namelijk Matthijs, dat er overal in de wereld dat soort mensen als mij en variaties erop bestaan. Meer nog, in elk land, in elke discipline (business, bankwereld, kunst, sport, food, enz) zitten mensen met noodzaak en de ballen om deze noodzaak uit te dragen. Alle mensen die ik tot nu toe gesproken heb delen met mij dat ze pogen hun noodzaak tot veroorzaken in volle Virtu uit te dragen. Hoe verschillend de vormen waarin en de persoonlijkheden waardoor ook zijn, we delen de noodzaak. Wij, biggetjes van de achterste tepels, wij delen een strijd en dat maakt de eenzaamheid dragelijk en vooral: het verbindt ons en laat ons gaan en blijven gaan.

 

De strijd van al die ‘creators’, hoe onderling verschillend ook,  bestaat uit een aantal overeenstemmende onderdelen heb ik gemerkt.

Ten eerste streeft men naar het creëren van een samenleving, meer dan per se een betere samenleving. Ik citeer hier Simon Allemeersch die we spraken in Gent. Hij zei letterlijk: “Í don t want to create a better society I want to create A society’’. Een samenleving is een moment waarop mensen elkaar ont-moeten en hun verhaal delen/ hun verhaal mogen (laten) zien. Simon sprak over de noodzaak van een sense of belonging die essentieel is voor een samenleving. Als mensen niet het gevoel hebben dat ze er bij horen/dat ze gezien worden, heb je geen samenleving. Iedereen die we tot nu gesproken hebben op onze reis is daar op zijn of haar eigen manier mee bezig. Het maken van ‘’gedeelde ervaringen’’ (zo noemde Slavomir Sierkovski het), zodat mensen een sense of belonging krijgen en dat het liefst in een publieke ruimte.

Het tweede gedeelde element dat creators overal delen is het strijden voor een echte publieke ruimte, plekken van common ground. Het idee dat de wereld van ons allen is, dat lucht, water, natuur iets is waar wij en de dieren en allen op aarde deel van uit maken is gedurende de geschiedenis steeds meer in het gedrang gekomen. In de 13e eeuw had je nog het Chapter of the Forest waarin gesteld werd dat het bos voor alle burgers was, maar in de eeuwen hierna werd er steeds meer bos eigendom van steeds minder mensen. Thomas More kwam er in zijn Utopia tegen in opstand, dat enkelen alles in bezit hadden en velen niets en het is nog niets veranderd. Het wordt steeds erger. Men privatiseert nu ook zelfs lucht en meren en zeeën en noem maar op. Het herclaimen van de common grounds, de publieke ruimte, de plekken waar wij als mensen elkaar los van privé of bezit of commercie, vrij mogen ont-moeten is een andere Europese hedendaagse strijd die we moeten voeren en blijven voeren ook al zijn we al bezig sinds de 13e eeuw.

Een derde strijd is die van het hebben, uiten en delen van visies. De burgemeester van Warschau heeft vorig jaar gezegd dat visies is iets voor mensen die hallucinerende drugs nemen en niet voor politici. Los van de ridiculiteit van deze uitspraak wijst ze ook op een misvatting van het woord visie/visioenen. Het zijn geen ijle, absurde dromen. Visies zijn concreet, zijn uitvoerbaar, misschien niet altijd onmiddellijk, nu nu nu, maar het zijn haalbaar dromen die ons verder laten kijken dan morgen. Ze geven ons een uitzicht en inzicht en zonder uit-zicht kijk je enkel op een muur. En van muren word je bang. De visie van Giorgio De Finis in Rome om een museum voor moderne kunst te openen in een oude salamifabriek waar 200 vluchtelingen en verschoppelingen wonen is heel concreet en tegelijk visionair. 300 topkunstenaars uit Europa hebben in totaal 400 hedendaagse kunstwerken gedoneerd of ter plekke gemaakt vaak samen met de vluchtelingen. Het museum is zowel in aparte ruimtes als in de huizen van de bewoners. Je kan er elke zaterdag in en alles en iedereen werkt gratis mee. Giorgio is zelfs weer bij zijn moeder gaan wonen, omdat hij zo hard deze visie aan het uitvoeren is dat hij even geen geld verdiend.
Ik ga eerlijk zijn, ik was geraakt toen ik daar rond liep. Niet zozeer door het leed van de mensen, dat ik verschrikkelijk natuurlijk, maar door de visie van Giorgio, hoe kunst echt iets kan veroorzaken. Hij zei:

“Ik probeer deze mensen en deze plek, beiden illegaal te redden. Ik gebruik kunst hiervoor omdat Kunst hen een uitzicht geeft, verbeelding, dromen, samenwerken en ontmoeten. Maar ook doordat de mensen nooit naar de buitenwijken va Rome zullen komen voor een sociaal project maar wel voor moderne kunst. Ik lok ze naar hier en zo ontmoeten ze de bewoners en krijgen ze hopelijk ook een menselijke kant bij een ongrijpbaar probleem.”

Op mijn vraag of hij niet bang was voor uitzetting van alle mensen die daar illegaal wonen zei hij: ja en nee want ik heb een plan, 200 vluchtelingen die op straat worden gezet dat levert enkel een klein artikeltje in de krant op maar 400 topkunstwerken die vernietigd worden, dat is barbarij, dat kan gewoon niet. We hebben visies nodig, en echte visies zijn altijd een combinatie van dromen en daden van beginnen en blijven gaan.

Een vierde strijd is die van het blijven schoppen, bijten, bevragen, betwijfelen en onderzoeken van de algemene gang van zaken. Creators kunnen praten met zowel de koningen als de zwervers van een land en dat van vele landen tegelijk. Creators zijn niet gebonden aan geografische, sociale, economische, politieke of andere grenzen. Wij kunnen en moeten in de geest van Erasmus voortduren en altijd actief nadenken en bevragen waar ‘men’ mee bezig is. Waarom werken de banken zoals ze werken? Waarom is de macht vaak zo corrupt? Waarom is de ongelijkheid zo groot? Mat actief nadenken en bevragen bedoel ik dat creators ook altijd handelen, niet enkel denken ook handelen. Dit handelen kan in de vorm van schrijven, creëren, organiseren, protesteren dat maakt niet uit zolang we maar handelen. Hoe zinloos en nutteloos het soms ook voelt het is dit actief nadenken en bevragen dat de wereld nog enigszins in balans houdt.

Een laatste is die van het lokale en het globale. Het werkt van de biggetjes van de achterste tepels zorgt voor lokale verbinding en ont-moeting maar kent een globale weerslag. De mensen die we op onze tocht ontmoeten waren allen lokaal aan het werk, ook al waren sommigen zoals bv Slawomir internationaal bekend. Dit lokale is noodzakelijk om de strijd van sense of belonging te kunnen realiseren terwijl het globale zorgt dat het werk zelf ook gezien wordt. Social media kunnen en moeten door de creator gebruikt worden om de globalisering die vooral over economie gaat een tegenwicht te bieden door de kracht van het menselijk en lokale globaal te laten zien.

De strijd van de creators (die overal zijn in alle lagen van de maatschappij) is een moeilijke en eeuwige maar essentiële strijd. Het is dan ook van het hoogste beland dat ze elkaar om de zoveel tijd mogen ontmoeten en hun visies en ervaringen kunnen uitwisselen omdat het aller aller moeilijkste maar tegelijk aller aller belangrijkste is van de strijd dat je niet opgeeft. Door gaan, blijven doorgaan, alleen verbonden. Dat is het lot van de creator dat hij en alleen en verbonden is en dat elke dag de wereld opnieuw doorgaat met of zonder jou.

Lieve Matthijs. Ik moet gaan nu, de crew wacht, we gaan naar Florence waar we hebben afgesproken met een graaf die alles weet over Machiavelli.

Ik hoor je gauw.

Lucas